Angélique Schmeinck schrijft in haar boek “smaakvrienden” over radijsjes : “De tijd van sierlijk uitgesneden radijsroosjes als garnering is hopelijk voorbij”.
En gelijk heeft ze: er kan zoveel meer met radijsjes.
En mooi dat ze zijn! Ze zijn er in rood, wit, geel, groen en paars! Een lust voor het oog dus.

Heb je trouwens enig idee hoe lang er al radijs wordt gegeten: de Egyptenaren aten ze al 2000 jaar voor christus.

Radijs eet je het beste op de dag van de oogst (plant er een paar in de tuin, zo moeilijk zijn ze niet) en zijn maar een paar dagen goed te houden.
Als opkikker kun je ze kort in ijswater doen, dan worden ze weer knapperig. Het beste bewaar je ze zonder loof (niet weggooien, maar opeten) omdat anders door de verdamping van die bladeren het vocht uit de radijs wordt onttrokken: sponzige radijsjes…yuk.

Radijs combineert geweldig met bijvoorbeeld bacon, rosbief, avocado, sushi en roggebrood om maar eens wat te noemen.
Wil je het spannend maken combineer ze dan eens met zwarte thee, pompoen of mosselen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Post Navigation