Niet iedereen zal meteen weten wat pancetta is. Als je het kort wilt omschrijven dan noem je het italiaans buikspek. Maar daarmee doe je dit geweldige product echt tekort! Pancetta heeft een geweldige eigen smaak die vooral wordt bereikt doordat de spek minstens drie maanden aan de buitenlucht wordt gedroogd en door de kruiding met zout, peper, kruidnagel, kaneel en nootmuskaat.
Pancetta is zowel gerookt als “vers”te krijgen. Gerookt wordt het meestal in blokjes gesneden en bijvorbeeld in de carbonara saus verwerkt (proef voor de gein het verschil met onze gewone gerookte spek eens, je zult versteld staan). In de verse variant wordt het tot een worst opgerold en (als je de echte ambachtelijke hebt) wordt er een blaas mee gevuld om zo te drogen. Doordat de spek niet gerookt wordt bijft de spek sappiger en zachter van smaak. De gerookte variant wordt niet opgerold.
Pancetta is heel goed bij Italiaanse speciaalzaken en delicatessenwinkels te verkrijgen, maar laatst zag ik het ook bij de supermarkt liggen.

Uiteraard is pancetta vaak terug te vinden op de antipasta schotel, naast andere mooie vleeswaren. Daarnaast wordt het veel verwerkt in sauzen en stoofpotten, maar zelf vind ik het prachtig tot zijn recht komen als je het gebruikt als verpakking. Wikkel het eens om een zeeduivelstaartje of om een kipfiletje, yummi ! Voor het recept heb ik gekozen voor een groentechotel Italiaanse stijl; dus akelig simpel en akelig lekker, zolang je maar de allerbeste iingrediëntengebruikt.

Angélique Schmeinck schrijft in haar boek “smaakvrienden” over radijsjes : “De tijd van sierlijk uitgesneden radijsroosjes als garnering is hopelijk voorbij”.
En gelijk heeft ze: er kan zoveel meer met radijsjes.
En mooi dat ze zijn! Ze zijn er in rood, wit, geel, groen en paars! Een lust voor het oog dus.

Heb je trouwens enig idee hoe lang er al radijs wordt gegeten: de Egyptenaren aten ze al 2000 jaar voor christus.

Radijs eet je het beste op de dag van de oogst (plant er een paar in de tuin, zo moeilijk zijn ze niet) en zijn maar een paar dagen goed te houden.
Als opkikker kun je ze kort in ijswater doen, dan worden ze weer knapperig. Het beste bewaar je ze zonder loof (niet weggooien, maar opeten) omdat anders door de verdamping van die bladeren het vocht uit de radijs wordt onttrokken: sponzige radijsjes…yuk.

Radijs combineert geweldig met bijvoorbeeld bacon, rosbief, avocado, sushi en roggebrood om maar eens wat te noemen.
Wil je het spannend maken combineer ze dan eens met zwarte thee, pompoen of mosselen.