Deze keer een wat bewerkelijk maar o zo lekker recept. Toen ik begin dit jaar een kookworkshop in Italië mocht geven hebben we dit ook gemaakt. En laat nou net op die dag de eigenaar van het AgriTurismo aanschuiven tijdens etenstijd. En omdat ook dit gerecht typisch calabrees is zou je verwachten dat hij het wel kende….niet dus. Maar hij vond het zo lekker dat hij zijn dochter is gaan halen om het ook te proeven. Het zal dus wel goed zijn geweest 🙂 Mocht je nou geen verse sardines kunnen krijgen kies dan voor een niet al te grote vrij vette vissoort. In Italië hadden ze op dat moment een soort kleine makreeltjes, ook erg lekker!

gevulde sardines

Ingrediënten: (8 personen)

  • 1 kg verse sardines, schoongemaakt.
  • 100 g vers wit broodkruim;
  • extra vierge olijfolie;
  • 2 teentjes knoflook
  • 2 sjalotten, heel fijngehakt;
  • 3 el fijngehakte peterselie;
  • paar laurierbladeren;
  • 10 zwarte olijven, ontpit en in stukjes;
  • 2 el kappertjes, uitgelekt;
  • 4 el gele rozijnen, grof gehakt;
  • 50 g geroosterde pijnboompitten;
  • 1 volle tl venkelzaad;
  • zout, peper
  • enkele el geraspte pecorino of oude kaas

Bereiding:

  • Snijd de sardines open aan de buikzijde, verwijder kop, ingewanden en graat. Laat de staarten intact, zodat je de vis plat kunt uitspreiden en vullen.
  • Verwarm de oven voor op 225 graden C.
  • Meng alle ingrediënten voor de vulling goed door elkaar tot een smeuïg mengsel.
  • Bind met een scheutje olijfolie.
  • Spreid de sardines plat uit met de rug naar onderen en bestrijk ze met een dun laagje vulling.
  • Rol de sardines op van kopkant naar staart en leg ze dicht tegen elkaar aan in een ovenschotel waarin de vis mooi in één laag past. Laat de staarten omhoog steken en stop enkele laurierbladen tussen de sardines.
  • Overgiet met een scheutje olie. Bak de vis in ongeveer 10 minuten gaar.

Pesto kennen we natuurlijk allemaal, maar dan wel die uit Geneva, je weet wel met oregano, knoflook en pijnboompitten. Minder bekend is dat Calabrië ook zijn eigen variant hierop heeft. Nu is Calabrië altijd een arm gedeelte van zuid Italië geweest en dus gebruiken ze bijna altijd ingrediënten uit de streek en het seizoen. Dus ook in dit gerecht alleen (min of meer)goedkope en  lokale producten. Dus geen pijnboompitten en zlefs geen knoflook. Deze pesto is echt super bij vlees maar doet het ook goed op een crostini of bij een lekker kaasje.

pesto calabrese

  • Ingrediënten:
  • 100 ml. olijfolie,
  • 100 gr. Ricotta,
  • 50 gr. Pecorino Romano,
  • 50 gr. Parmiggiano Reggiano,
  • 1 rode paprika,
  • 1 rode peper,
  • 30 gr. oregano
  • Bereiding:
  • Rasp de kazen grof.
  • Rooster de paprika in een hete oven (200 c) tot ze zwart worden.
  • Laat in een plastic zak afkoelen en haal het vel en pitjes eraf, snijd hem in stukken.
  • Hak de rode peper fijn, en bak hem in de helft van de olijfolie een beetje uit.
  • Voeg nu de rest van de ingredienten toe (pecorino romano en parmiggiano reggiano geraspt), de ricotta, de paprika, fijngehakte oregano en de rest van de olie, en maak er met de staafmixer deze heerlijke Pesto alla Calabrese van.

Maak een voorraadje! Dan kun je er elke keer gewoon wat van uit de koelkast pakken.

Een truffel is een kostbare zwam die onder de grond, op de wortels van verschillende soorten bomen groeit. De truffel wordt hoofdzakelijk verwerkt in de hogere gastronomie en wordt beschouwd als een delicatesse. Nu zijn er veel verschillende truffels; witte zwarte, zomer, winter, chinese, noem maar op. De warte truffel en de wintertruffel worden in deze periode geoogst. De witte en de zomer truffel worden in de zomermaanden geoost. De chinese truffel is het hele jaar door verkrijgbaar maar deze soort is duidelijk minder van smaak en vooral minder van aroma (niet gebruiken dus!).
Truffels kweken is onmogelijk, maar men kan wel proberen zo goed mogelijk de abiotische factoren nabootsen. De truffel heeft een speciale bodem, een precies klimaat en een geschikte boom nodig om goed tot zijn recht te komen. Dit is dan ook de reen dat truffels “gezocht” worden met behulp van dieren met een hele goede neus. Eekhoorns hebben de truffels op hun menu staan; ze zijn belangrijk voor de verspreiding ervan; de passage van de sporen door de darmen van het beest schijnen zelfs goed voor de kiemkracht van de truffels.Ook varkens en wilde zwijnen zijn dol op truffels en worden dan ook volop gebruik bij het zoeken naar truffels.Truffelzoekers werken doorgaans liever met honden dan varkens omdat varkens moeilijk stuurbaar zijn na een truffelvondst en het zal je maar gebeuren dat je varkentje een pas gevonden truffel van soms wel 500 euro smakelijk verorbert!
Dat truffels zo moeilijk te vinden zijn hebben we eigenlijk aan onszelf te danken. Ze zijn (in Europa) alleen nog in Italie te vinden. Vorrheen waren ze ook volop in Frankrij te vinden, maar doordat men daar de truffels met pikhouweeltjes zocht is elke truffelbiotoop vernietigd: einde truffels uit frankrijk!! (nog nooit van duurzaam gehoord zeker?) De laatste tijd wordt in Frankrijk veel geëxperimenteerd met “truffelgaarden” die geïnjecteerd waren met sporen van de tuber Uncinatum (de herfsttruffel).
In gerechten worden truffels vooral om hun aroma gebruikt, een simpele risotto wordt met een beetje truffelschaafsel meteen een delicatesse!
Verse truffel is slechts beperkt houdbaar. Wij adviseren om de truffel te bewaren in een afgesloten bakje in de groentenla van uw koelkast. Het best kun je elke truffel apart te verpakken in (ongeparfurmeerde) keukenrol of krantenpapier. Het papier moet elke dag worden ververst. Jouw truffel is dan, afhankelijk van de versheid, tot twee weken houdbaar.
In plaats van keukenrol of krantenpaier kun je overigens ook rijst gebruiken. Bijkomend voordeel is dat de rijst de snaak aanneemt van de truffel en je deze rijst dus perfect kunt gebruiken als basis voor een overheerlijke truffelrisotto.  Bij beide bovengenoemde bewaarmethoden kunt u de volgende, veel gebruikte, truuk toepassen. Als u bij de truffel verse eieren bewaart dan nemen deze de smaak over van de truffel. Ideaal voor een lekkere truffelomelet of geurige truffelroerei.